Van onderbouwen naar begrijpen: waarom beleid een piramide nodig heeft

Veel beleidsadviseurs schrijven zoals ze het hebben geleerd op hun opleiding. Dat is logisch. Je begint met een vraag of probleem, beschrijft het proces, onderbouwt je keuzes en trekt aan het eind een conclusie.

Die manier van schrijven is niet fout. Ze werkt uitstekend voor onderzoek, papers en scripties. De lezer gaat mee in je denkproces en bouwt stap voor stap begrip op. Maar beleid werkt anders.

Hoe we het leerden – en waarom dat logisch was

Op opleidingen leren we vooral onderzoekend schrijven. Je neemt de lezer mee langs de analyse, laat zien hoe je tot inzichten komt en rondt af met een conclusie. De kracht zit in de onderbouwing.

Dat past bij een lezer die tijd neemt, wil begrijpen hoe iets tot stand is gekomen en bereid is om te volgen. De structuur is logisch, zorgvuldig en verdedigbaar. Veel beleidsstukken zijn nog steeds volgens die logica opgebouwd. Niet uit onkunde, maar uit vakmanschap.

Waarom deze structuur botst met beleid

De beleidslezer leest anders. Een bestuurder, collega of samenwerkingspartner leest een beleidsstuk meestal niet uit nieuwsgierigheid, maar met een doel. Er moet iets besloten worden. Of afgestemd. Of uitgevoerd.

Die lezer wil al vroeg antwoord op vragen als:
waarom ligt dit stuk hier?
wat is de kern?
wat betekent dit voor mij?

Als die antwoorden pas later in de tekst komen, voelt het stuk zwaar. Niet omdat het te moeilijk is, maar omdat de lezer nog geen houvast heeft.

Van onderbouwen naar begrijpen

Dat is precies waar Piramide schrijven om draait. Niet het proces staat centraal, maar de kernboodschap. In plaats van toewerken naar een conclusie, begin je ermee. Je zegt eerst waar het om gaat, en licht daarna toe hoe je daar bent gekomen. Niet om de onderbouwing weg te laten, maar om haar op de juiste plek te zetten. De lezer hoeft niet eerst jouw hele denkroute te volgen om te snappen waarom dit stuk relevant is.

Hoe dat er in beleid vaak uitziet

In veel beleidsstukken zie je het tegenovergestelde. De analyse beslaat meerdere pagina’s. De aanleiding wordt uitgebreid geschetst. Beleidsontwikkelingen worden keurig op een rij gezet. Pas later blijkt wat er eigenlijk wordt voorgesteld of gevraagd. Inhoudelijk klopt alles. Maar de lezer moet zelf ontdekken wat belangrijk is. En dat vraagt veel.

Met een piramide-aanpak draai je dit om. Je begint met de kern. Daarna volgt de toelichting. En pas daarna, waar nodig, de uitgebreide achtergrond. De inhoud verandert niet. De volgorde wel.

Waarom dit voor veel beleidsadviseurs onwennig voelt

Voor veel schrijvers voelt deze manier van werken spannend. Alsof je te snel iets zegt. Alsof je nuance overslaat. Of alsof je te stellig bent. Maar dat is een misverstand.

De piramide vraagt niet om minder nuance, maar om betere plaatsing. Je dwingt jezelf om te bepalen wat de kern is, en wat ondersteunend is. Dat maakt je tekst niet platter, maar scherper.

De piramide als hulpmiddel voor structuur

De piramide is geen format en geen trucje. Het is een denkkader dat helpt bij structuur. Het helpt je om hoofdzaken en bijzaken te scheiden, herhaling te voorkomen en de lezer sneller te laten begrijpen waar het om gaat.

Zeker in beleid, waar teksten vaak meerdere lezers hebben, biedt de piramide houvast. Niet door alles te versimpelen, maar door keuzes zichtbaar te maken.

Tot slot

Beleid is geen onderzoeksverslag. Je lezer wil niet per se meedenken, maar begrijpen. Begrijpen waarom dit stuk er ligt, en wat ermee moet gebeuren. De piramide helpt je om die stap te zetten: van onderbouwen naar begrijpen. En precies daar wint je beleid aan kracht.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.