De vraag achter de vraag: waarom beleid vaak langs de lezer heen schrijft
“Kun je hier even een notitie over maken?” Of: “We hebben iets nodig voor het college.”
“Kun je hier even een notitie over maken?” Of: “We hebben iets nodig voor het college.”
Misschien herken je dit: je werkt aan een beleidsstuk dat naar het college gaat, daarna naar de raad, ondertussen wordt meegedacht door collega’s, en uiteindelijk moeten inwoners of uitvoeringspartners er ook iets mee.
Je schrijft een beleidsstuk. Over iets belangrijks. En je weet: verschillende mensen lezen dit. Je collega van een andere afdeling. Je teamleider. Een jurist. Een wethouder. Misschien een raadslid. En mogelijk ook nog een paar inwoners, partners of een journalist. Ze lezen allemaal dezelfde tekst… maar ze willen allemaal iets anders weten. Geen wonder dat je als schrijver denkt: hoe houd ik iedereen tevreden?
Soms lijkt het schrijven van een beleidstekst vooral een kwestie van beginnen. Je opent een leeg document, je typt de titel, en je gaat aan de slag. Want: het stuk moet af. Het onderwerp is helder, de informatie heb je verzameld, dus je kunt schrijven. Maar juist op dat moment ontbreekt er vaak iets essentieels.