De vraag achter de vraag: waarom beleid vaak langs de lezer heen schrijft

“Kun je hier even een notitie over maken?” Of: “We hebben iets nodig voor het college.”

Het zijn opdrachten die veel beleidsadviseurs herkennen. Ze klinken concreet genoeg om te beginnen. Dus je gaat aan de slag. Je verdiept je in het onderwerp, haalt informatie op, stemt af met collega’s en schrijft een zorgvuldig stuk.

En toch gebeurt het vaak: het stuk ligt er, maar het doet niet wat het moet doen. De lezer stelt vragen, besluitvorming schuift op, of iemand zegt: “Dit is helder hoor, maar wat is nu eigenlijk de bedoeling?” Dat moment zegt meestal niet iets over jouw schrijfvaardigheid. Het zegt iets over de opdracht.

Een duidelijke opdracht is zelden zo duidelijk als hij klinkt

Veel beleidsstukken missen scherpte, niet omdat ze slecht zijn geschreven, maar omdat de vraag achter de vraag niet helder was. De formele opdracht luidt misschien: schrijf een notitie, maak een beleidsstuk, werk dit uit.
Maar de echte vraag zit daaronder. En die blijft vaak onuitgesproken.

Gaat het college een besluit nemen?
Wil iemand ruimte creëren?
Moet er draagvlak worden georganiseerd?
Of is het vooral bedoeld om te laten zien dat er ‘iets gebeurt’?

Als die vraag niet expliciet is, wordt de tekst automatisch voorzichtig. En voorzichtig schrijven leidt bijna altijd tot vaag schrijven.

Wat je terugziet in de tekst

Beleidsteksten die langs de lezer heen schrijven, hebben vaak dezelfde kenmerken. Ze bevatten veel context, maar weinig richting. Ze leggen uit hoe het onderwerp in elkaar zit, maar niet waarom dit stuk er nú ligt.

De lezer moet zelf ontdekken wat belangrijk is. En belangrijker nog: wat er van hem of haar wordt verwacht. Informeren? Meedenken? Beslissen? Akkoord geven? Als dat niet duidelijk is, gaat de lezer zoeken. En dat vertraagt alles.

De vraag achter de vraag expliciet maken

De kernvraag is zelden: kun je hier een tekst over schrijven?
De echte vraag is meestal: wat moet deze tekst mogelijk maken?

Een voorbeeld:
Een opdracht om “een notitie over participatie” te schrijven klinkt uitvoerbaar. Maar soms blijkt na doorvragen dat het college vooral wil weten welke keuze het best past bij de ambities van de gemeente. In dat geval heeft het geen zin om alle modellen en theorieën uit te leggen. Dan moet de tekst helpen kiezen.

Een ander voorbeeld: een beleidsstuk over een nieuw programma lijkt informatief, maar is in werkelijkheid bedoeld om collega’s in beweging te krijgen. Dan is uitvoerbaarheid belangrijker dan volledigheid.

Zolang die onderliggende bedoeling niet scherp is, blijf je schrijven op de automatische piloot.

Waarom we dit vaak overslaan

De vraag achter de vraag scherp krijgen kost tijd. En soms ook lef. Want doorvragen betekent dat je een opdrachtgever moet bevragen.

Veel beleidsadviseurs denken: ik zie het wel in de loop van het schrijven.
Maar schrijven zonder duidelijk doel is als bouwen zonder fundering. Je kunt er veel energie in stoppen, maar het blijft wankel.

Wat het oplevert als je dit vooraf helder hebt

Zodra het doel van de tekst duidelijk is, verandert alles. De structuur wordt vanzelf scherper. Je weet wat vooraan moet staan en wat naar achteren kan. Je schrijft gerichter, met minder omwegen.

Voor de lezer scheelt het enorm. Die hoeft niet meer te raden waarom hij dit stuk leest. En dat maakt besluitvorming sneller, inhoudelijker en vaak ook rustiger.

Tot slot

Goede beleidsteksten beginnen niet met schrijven. Ze beginnen met begrijpen wat er echt gevraagd wordt.

Wie de vraag achter de vraag scherp krijgt, schrijft niet alleen duidelijker, maar ook effectiever. En voorkomt dat beleid langs de lezer heen glijdt - hoe zorgvuldig het ook is geformuleerd.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.